Genetica hoornloosheid en scurs uitgelegd.

in algemeen

Genetica hoornloosheid en scurs uitgelegd.

Kunnen hoornloze koeien verschil maken in uw kudde? Als u geld wilt besparen op het onthoornen en betere dierwelzijnsroutines wilt bereiken, dan is het antwoord “Ja, mits met behoud van rastype en kwaliteit”. Binnen het limousinras is dit met de huidige populatie van hoornloze stieren te realiseren, je moet dan wel een goede selectie maken. Een kwestie die vaak aangekaart wordt en die vaak nog onduidelijk is, is het feit dat sommige hoornloze dieren toch nog kleine, losse hoorns, zogenaamde scurs (in engels ‘scurred’ , in duits ‘ wackelhoorn’ )kunnen krijgen.

In dit artikel leggen we uit hoe dit zit en hoe hoornloosheid en scurs van elkaar verschillen . Ook bekijken we hoe twee verschillende genen hoornloosheid en het voorkomen van scurs bij runderen bepalen.

Binnen de limousinfokkerij ligt de focus op hoornloosheid

Een hoorn is een soort botgroei vanuit de schedel en kan veel verschillende vormen aannemen. Ze kunnen klein of groot zijn, gekromd of recht en in verschillende richtingen buigen. Bij sommige dieren ontbreken de hoorns, het dier is dan genetisch hoornloos. In het limousinras is het hoornloze gen al jarenlang onderdeel van het fokprogramma ; daardoor zijn veel dieren binnen het ras hoornloos.

Onderzoek wijst uit dat het hoornloze kenmerk wordt bepaald door één paar genen. Net als bij mensen heeft elk rund twee kopieën van de meeste genen, en één van deze kopieën wordt doorgegeven aan het nageslacht.

Een kalf erft een gen van de moeder (koe) en een van de vader (stier). In dit geval een gen voor hoornloosheid of hoorns van elke ouder. Een hoornloos dier dat één hoornloos gen en één gehoornd gen van de ouders heeft geërfd, noemt men heterozygoot hoornloos terwijl een dier dat twee hoornloze genen van de ouders heeft geërfd homozygoot hoornloos wordt genoemd.

 

Hoornloosheid is een dominant gen

Het hoornloos gen is dominant over het gehoornde gen. Als een dier het hoornloos gen van slechts één van de ouders erft, zal het dier hoornloos zijn. Dit biedt een mooie kans om snel veel hoornloze dieren te fokken. Maar hoe wordt hoornloosheid van generatie op generatie doorgegeven?

In de figuur is te zien dat het kruisen van een homozygoot hoornloos (PP) dier met een gehoornd dier (pp) alleen hoornloze nakomelingen oplevert.

In de limousinfokkerij geeft de “P” geeft het hoornloze gen aan, terwijl de “p” het gehoornde gen aanduidt. Als het dier slechts één hoornloos gen (P) heeft, zal het geen hoorns hebben.

Als het gehoornde dier (pp) in plaats daarvan wordt gekruist met een heterozygoot hoornloos (Pp) dier, zal gemiddeld slechts de helft van de nakomelingen hoornloos zijn. Het wordt wat ingewikkelder wanneer twee heterozygoot hoornloze dieren worden gekruist. In dat geval zal 75% van de nakomelingen hoornloos zijn en daarvan zal 1/3 homozygoot hoornloos (PP) zijn.

Wanneer een homozygoot hoornloos (PP) dier wordt gekruist met een heterozygoot dier (Pp), zullen alle nakomelingen hoornloos zijn en zal de helft van de nakomelingen homozygoot hoornloos zijn. In onderstaande figuur wordt dit weergegeven.

Toelichting bij het figuur hier boven:

Linksboven is de combinatie van een homozygoot hoornloos dier maal een gehoornd dier.

Rechtsboven is de combinatie van een heterozygoot hoornloos dier maal een gehoornd dier.

Linksonder is de combinatie van twee heterozygote dieren en rechtsonder de combinatie van een homozygoot hoornloos dier met een heterozygoot hoornloos dier.

Hoornloosheid beïnvloedt het voorkomen van scurs.

Scurs zijn een soort hoorn en kunnen veel verschillende vormen aannemen, maar ze groeien langzamer dan een normale hoorn. Scurs groeien echter meestal niet direct op de schedel , waardoor ze los zitten als je de “hoorns” vastpakt en beweegt.

Er bestaat geen test voor losse hoorns, dus om zekerheid te krijgen is het nodig om een scan van de schedel en de hoorns te maken. De reden hiervoor is dat sommige losse hoorns toch een beetje aan de schedel vastgroeien, waardoor ze niet bewegen als je ze probeert te verplaatsen.

Om uit te leggen hoe hoornloosheid het voorkomen van scurs beïnvloed, beginnen we met het aangeven bij welke hoornloze dieren scurs niet voorkomen. Als het dier twee gehoornde genen heeft en dus gehoornd is, of twee hoornloze genen en dus homozygoot hoornloos is, hebben zij geen scurs.

Scurs kunnen alleen voorkomen als het dier één hoornloos gen en één gehoornd gen heeft, en dus heterozygoot hoornloos is (Pp).

Scurs worden, net als hoornloosheid, bepaald door één paar genen. Als het dier twee genen voor losse hoorns heeft (SS), krijgen zowel mannelijke als vrouwelijke dieren losse hoorns. Aan de andere kant, als het dier geen genen voor losse hoorns heeft (ss), krijgt het geen scurs en is het volledig hoornloos.

Als het dier één gen voor scurs (S) en één normaal gen heeft (s), is het dier heterozygoot voor scurs. In dat geval is er een verschil tussen mannelijke en vrouwelijke dieren. De mannelijke dieren krijgen in dit geval wel scurs, terwijl de vrouwelijke dieren geen scurs krijgen en dus volledig hoornloos zijn. In onderstaande tabel  is een overzicht van losse hoorns en hoornloosheid opgenomen.

Genenpaar in het dier Koeien Stieren
PP SS Hoornloos Hoornloos
PP Ss Hoornloos Hoornloos
PP ss Hoornloos Hoornloos
Pp SS Scurs Scurs
Pp Ss Hoornloos Scurs
Pp ss Hoornloos Hoornloos
pp SS Gehoornd Gehoornd
pp Ss Gehoornd Gehoornd
pp ss Gehoornd Gehoornd

Een heterozygoot hoornloos dier met scurs krijgt vaak de aanduiding PS, het heeft immers een hoornloosheid gen (P) en een scurs gen (S). Genetisch is dit dier dus heterozygoot hoornloos en drager van een dominant scurs gen. In de praktijk is het dier gelijk aan een heterozygoot hoornloos dier omdat ze beide niet onthoornd hoeven te worden.