Nieuws over fosfaatrechten voor vleesveehouders

in algemeen

LTO brief over een update fosfaatrechten vleesveehouders.

Vorige week is er overleg geweest over een aantal problemen rond fosfaat. Naast de bestaande lobby welke nog loopt voor vleesvee in het fosfaat dossier was dit een extra overleg over de problemen die op korte termijn een rol spelen.

Namens de vleesveehouderij hebben Wouter Hartendorf en Mark Heijmans overleg gehad.

Uit de terugkoppeling van het overleg, kwam het volgende naar voren:

  • De vrijstelling voor fosfaatrechten (< 100 kg fosfaat) voor hobbyhouders geldt alleen voor veehouders, die niet bedrijfsmatig vee houden. Ben je dus wel bedrijfsmatig veehouder en zit je onder de 100 kg fosfaatproductie, dan moet je ook zorgen dat je een beschikking krijgt. Maar ook voor de hobbyhouderis het raadzaam om een beschikking aan te vragen.
  • Bij vleesveehouders, die in 2016 niet op de servicemelding hebben gereageerd of deze niet hebben gekregen, kan het dus voorkomen dat zij geen beschikking krijgen. Zit u in die situatie of heeft u wel gereageerd maar nog steeds niets ontvangen? Dan dient u zo spoedig mogelijk bij RVO een verzoek in te dienen. Dit kan op de website van RVO volgens de bezwaarprocedure, hoewel dit niet om een bezwaar gaat, maar wel de stap is die genomen dient te worden wanneer u alsnog om fosfaatrechten verzoekt.
  • Als u bewust dieren op een ‘verkeerde’ diercategorie zet, dan zal dat bij controle door RVO/NVWA worden vastgesteld en zal er met terugwerkende kracht alsnog fosfaatproductie worden berekend. LNV en RVO zijn (nogmaals) op de hoogte gebracht van het probleem dat dit niet altijd goed gaat, wanneer welk dier in welk diercategorie wordt gezet door desbetreffende managementprogramma’s. Er wordt nog gewerkt aan een betere duiding van de diercategorieën, zodat een vleesveehouder zijn dieren op een juiste manier gecategoriseerd krijgt en conform de wet handelt. Wat bijvoorbeeld weer werd duidelijk gemaakt is dat dieren in diercategorie 101 en 102 ter vervanging van zoogkoeien worden gehouden.
  • De koppeling tussen de mestwetgeving, de I&R-registratie en de diercategorieën (bijvoorbeeld 100, 101, 102, 115, 120 en 122) is niet goed geregeld. Dat hebben we nogmaals aangegeven. LNV werkt zoals gezegd aan een oplossing en een verduidelijking. Voor de langere termijn zullen de systemen zo gekoppeld moeten worden dat bewuste en onbewuste fouten zoveel mogelijk worden voorkomen.
  • De invulling van de knelgevallenregeling en de inrichting en uitgifte via de ‘fosfaatbank’ zal plaatsvinden volgens de kaders, die in de wet staan. Dit moet nog nader in (lagere) regelgeving worden vastgelegd, dat gebeurt de komende maanden en zal dan worden gepubliceerd.